Barbooth is een dobbelspel met wortels in het Midden-Oosten, maar in de Verenigde Staten wordt het vooral gespeeld door mensen van Griekse of Joodse afkomst. Het is een gokspel met een eenvoudige, binaire uitkomst voor de hoofdspelers.
De shooter begint met het werpen van twee dobbelstenen. Traditioneel zijn dit miniatuur dobbelstenen. De regels voor winnen en verliezen zijn specifiek.
- Winnende worpen: 3-3, 5-5, 6-6 of 6-5.
- Verliezende worpen: 1-1, 2-2, 4-4 of 1-2.
Elke andere combinatie is zinloos. Het spel gaat naar een tweede speler, de fader. Deze persoon zet de inzet tegen de schutter. De twee wisselen elkaar af bij het werpen van de dobbelstenen.
Andere spelers aan tafel kunnen side bets plaatsen. Ze wedden op de vraag of de shooter of de fader de ronde zal winnen. Het spel is gelijk. Zowel de shooter als de fader hebben precies gelijke kansen om te winnen.
Wanneer een huis het spel op de bank zet in plaats van op een fader, verandert de dynamiek enigszins. Een ambtenaar genaamd de kotter leidt het spel. De cutter rekent een percentage op elke inzet. Deze vergoeding bedraagt doorgaans 5 procent. De snijder gebruikt deze snede om winst te maken met de actie.
“Het spel is gelijkmatig, waarbij schutter en fader precies gelijke kansen hebben om te winnen.”
Als je zoekt naar hoe je barbooth speelt, is het basismechanisme eenvoudig. Je gooit een winnend paar, of je gooit het niet. De nevenweddenschappen voegen complexiteit toe voor het publiek. Het huisvoordeel ontstaat alleen als er een professionele cutter bij betrokken is.
De culturele banden met Griekse en Joodse gemeenschappen in de VS vormen een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van het spel. Het blijft vandaag de dag een nichespel. Maar voor degenen die het weten: de regels zijn duidelijk. Gooi de dobbelstenen. Winnen of verliezen. De kansen blijven gelijk totdat het huis zijn deel krijgt.
















